Zwanger en Fit De bekkenbodem
1 2 3
4 5 6 7
voltooid

Ademhaling

hoofdstuk
door: Rachelle
2 min.

Een belangrijke functie van de bekkenbodem is het ondersteunen van de ademhaling.
Het bekken en de buik zijn aan alle kanten afgesloten. Boven in de buik gebeurt dit door het middenrif, aan de voorzijde door de buikspieren, aan de achterzijde de rugspieren en aan de onderzijde sluiten de bekkenbodemspieren de buik en het bekken af.

De ademhaling is een ritmische beweging. De inademing is een actief gebeuren en wordt ondersteund door spieractiviteit van het middenrif (diafragma); bij de inademing gaat het middenrif naar beneden. De longen ontplooien zich, er komt meer druk in de buikholte, waardoor de buik en de bekkenbodem iets uitbollen (aan de achterzijde zit de wervelkolom en kan dus moeilijk uitbollen).
De uitademing is een passief gebeuren waarbij geen spieractiviteit plaats vindt, het middenrif gaat naar boven en er ontstaat een luchtstroom naar buiten gericht. De buik wordt vlakker en de bekkenbodem veert weer terug. Na de uitademing is er even rust, waarna de lucht weer kan binnenstromen.

Als er sprake is van een volledige ademhaling, ademen we vanuit de zij, de borst, het middenrif, de buik en het bekken. Een natuurlijke ontspannen ademhaling (bij kalmte) verloopt regelmatig, laag en diep, en kost weinig inspanning. Een rustige ademhaling geeft een dynamische beweging van de bekkenbodem die weer belangrijk is voor een goede doorbloeding in het bekken gebied.
De ademhaling verandert bij inspanning en emoties. Dit merk je bijvoorbeeld als je de trap oploopt; de ademhaling gaat dan oppervlakkiger en sneller, je schakelt je hulpademhaling in en dat is functioneel. Ook bij boosheid, angst, verdriet of spanning verandert je ademhaling, de buik is een gevoelig en emotioneel gebied.
Een geremde ademhaling vergt meer inspanning: een stugge borstkas wijkt minder gemakkelijk dan een zachte buikwand. De adem is oppervlakkig en je zult nog sneller gaan ademen om dezelfde hoeveelheid zuurstof binnen te krijgen.
Als je spanning op de buik houdt of strakzittende kleding draagt, zakt het middenrif onvoldoende, de buikwand blijft vlak, de borstkas gaat zich meer zijwaarts uitzetten en er is geen beweging in de bekkenbodem. Iemand die de adem inhoudt, houdt alles in. De lippen worden op elkaar gehouden en de stembanden worden samengeperst. Het is vaak aan de stem te horen dat iemand zich inhoudt, gespannen is.

links: inademen, druk op bekkenbodem stijgt. rechts: uitademen, druk op bekkenbodem daalt.

Bij het niet goed doorademen of adem inhouden neemt de druk op de bekkenbodemspieren toe.
Als je de adem inhoudt bij bukken of kracht zetten veroorzaak je meer druk en spanning in de onderbuik. Voor de blaas kan dit de druppel zijn die de ‘emmer’ doet overlopen. De druk in de blaas wordt te groot en bij onvoldoende afsluitkracht van de bekkenbodem verlies je urine.
Hoesten, niesen, lachen, tillen, bukken, enz. zijn activiteiten waarbij de buikdruk fors toeneemt. Daarom moet de bekkenbodem tijdens deze activiteiten samen met de (dwarse) buikspieren deze drukverhoging opvangen. Hoesten, niesen, lachen enz. gebeurt allemaal tijdens de uitademing en moet juist dan de bekkenbodem aanspannen.